Biologie leerjaar 2: Hoofdstuk 1, verbranding en ademhaling

Basisstof 1: Stofwisseling

Glucose: stof die veel energie bevat, met behulp van deze energie worden allerlei andere stoffen gemaakt.

Stofwisseling: het omzet van stoffen in andere stoffen.

Mitochondriƫn: celorganen dat Glucose afbreekt.

Basisstof 2: Verbranding

Verbranding: de afbraak van Glucose in cellen.

Brandstof: stof die verbrand, die je nodig hebt voor verbranding.

Basisstof 3: Het ademhalingsstelsel

Bronchiƫn: deel van het ademhalingsstelsel waarin de luchtpijp zich vertakt.

Middenrif: een stevig, gespierd vlies dat de romp verdeelt in de borstholte en de buikholte.

Neusslijmvlies: slijmvlies in je neus dat uit slijmproducerende cellen bestaat.

Trilharen: organellen die slijm (met stofdeeltjes) van de neus naar de keelholte verplaatsen.

Strotklepje: klepje dat de luchtpijp afsluit als je voedsel inslikt.

Huig: klepje dat de neusholte afsluit als je voedsel inslikt.

Luchtpijp: een holle buis die aansluit op de onderkant van het strottenhoofd.

Longblaasjes: deel van de longen waar zuurstof wordt opgenomen in het bloed.

Longhaarvatten: een netwerk van kleine bloedvaatjes rondom de longblaasjes.

Basisstof 4: Ademhalen

Gasverwisseling: de opname en afgifte van Zuurstof (O2) en Koolstofdioxide (Co2) via de longblaasjes.

Ademhalingsspieren: de spieren die nodig zijn om adem te halen.

Borstademhaling: ademhaling waarbij de ribben en het borstbeen bewegen.

Buikademhaling: ademhaling waarbij het middenrif en de buikwand bewegen.

Basisstof 5: Gezonde luchtwegen

Smog: luchtvervuiling die vooral bestaat uit fijnstof.

Ventilatie: het vervangen van 'oude' lucht met verse lucht.

Hooikorts: allergie voor stuifmeelkorrels.

Home